Matthew Carter, typograaf


Dit artikel verscheen in het februari 1992 nummer van Proof.

”Door van wat ik zou noemen historisch toeval heb ik de hele technische revolutie in typografie kunnen meemaken,” vertelt Matthew Carter, als hij terugkijkt op zijn lange carri’ere als typograaf “In het begin heb ik de metalen ‘letterstempels’ op de traditionele manier met de hand gesneden. Daarna heb ik de ontwikkeling van de technologie van het fotozetten meegemaakt. En nu ontwerp ik digitaliseerde letters met gebruik van een computer. “ “Het uitbuiten van de voordelen van technologie maar even vaak het compenseren van haar defecten — is voor mij een voortdurend thema in het ontwerpen van lettertypen,” voegt Carter hieraan toe. Maar gaat niet alleen om technologische veranderingen. Carter: “Ons hele besef van typografie is veranderd. Dankzij de personal computer, de laserprinter en de vele fonts die beschikbaar zijn wordt typografie steeds persoonlijker. Net zoals wij onze favoriete muziek en maaltijden hebben, beginnen wij voorkeuren in typografie te ontwikkelen. “

Matthew Carter is een lange, magere, spijkerbroek-geklede Brit met een elegant gezicht, omlijst door lang zilver haar. Hij ontvangt zijn bezoeker op zijn kantoor bij Bitstream in Cambridge (VS) in de buurt van het Massachusetts Institute of Technology. De buren in dit kleine high-tech mecca zijn onder andere Lotus Development, het MIT Media Lab en Thinking Machines, het computerbedrijf dat ‘massively parallel’ computers bouwt, de snelste supercomputers ter wereld.
Zittende aan de bar van een zo te zien zeer vertrouwde lunchroom naast Bitstream, vertelt Carter dat hij net in Nederland is geweest, bij Drukkerij Joh. Enschedé in Haarlem, omdat hij jurylid was voor een ontwerpconcours dat gehouden werd ter ere van Maurits Enschedé.
Hij voegt eraan toe dat hij tussen 1955 en 1956 een jaar bij Enschedé heeft gezeten en vertelt hoe hij in Nederland terechtkwam. “In die tijd was er nog dienstplicht voor het leger, de National Service, hoewel dat toen langzamerhand werd afgebouwd. Ik was echter afgekeurd.
Ik zou naar Oxford University gaan, maar daar werd gezegd: wacht maar een jaar, anders ben je veel jonger dan je klasgenoten die wel twee jaar in het leger hebben gezeten.

Handwerk
Carters vader, de bekende typografie-historicus Harry Carter, was een goede vriend van de bekende typograaf Jan van Krimpen, die bij Enschedé werkte. Carter pére stuurde Carter fils naar Enschedé. In die tijd had Enschedé een beurs voor buitenlanders. Die bestond uit het onbetaald stage lopen gedurende één jaar. De beurshouder zou in de loop van dat jaar bij alle afdelingen van Enschedé werken. Maar Carter begon bij de stempelsnijder Paul Rädisch en is het hele jaar bij hem gebleven, omdat Enschedé’s typograafjan van Krimpen de voorkeur gaf aan handwerk. Enschedé was toen het laatste commerciële bedrijf dat nog eigen letters met de hand sneed.

Als stempelsnijder was Rädisch verantwoordelijk voor het verwezenlijken van de typografische ontwerpen van Jan van Krimpen. Net als van Krimpen had ook Rädisch een bepaalde weerstand tegen nieuwe technologieën. In een interview met het blad The Ampersand, een aantal jaar geleden, vertelt Carter dat Rädisch ooit een nieuw ontwerpapparaat dat bij hem geplaatst was stiekem zou hebben gedemonteerd en stukje bij beetje in een gracht zou hebben gegooid als hij ‘s avonds naar huis ging. ”In de laatste jaren heeft Enschedé zich steeds meer geconcentreerd op waardepapieren. Maar in die tijd deden ze veel verschillende dingen, boeken en veel hoogwaardig kleurendrukwerk: prachtige bloembollen-catalogi en dergelijke,” herinnert Carter zich. “Ik heb ook geweldige verhalen gehoort van de drukkers over hun activiteiten tijdens het verzet. Ze waren heel actiefin het vervalsen van officiële documenten, persoonlijke identiteitsbewijzen en dergelijke.”

Het fotozetten, geïntroduceerd in de jaren zestig, was de eerste nieuwe typografische technologie sinds de uitvinding van mechanische compositie door Linotype en Monotype tachtig jaren eerder. In 1965 vertrok Carter naar N ew York om voor Linotype te gaan werken, omdat — zoals hij later verklaarde — Linotype’s Linofilm voor hem de eerste fotozetter was die de typografie aankon. Een van Carters eerste projecten bij Linotype was Snell Roundhand, een riant gevormd, schuin lettertype dat een zeer formeel handschrift enigszins nabootst. “In Snell,” zegt Carter, “deden we dingen die niet mogelijk waren in drie-dimensionale metalen letters: we overlapped, we joined, we went mad”, zegt hij. “Met deze technologie waren gigantische kerns mogelijk.”

Een ander door Carter ontworpen lettertype is Bell Centennial. Dat gebeurde in opdracht van de Amerikaanse PTT, AT &T, voor al haar telefoongidsen. Met het ontwerp van dit lettertype moest Carter rekening houden met zware drukcondities: het moest zo klein mogelijk, liefst evenveel informatie op een bladzij als zijn voorganger Bell Gothic, het moest bestand zijn tegen de uiteenlopende omstandigheden bij hoge snelheid offset druk — grote variaties in de hoeveelheid inkt — en het moest natuurlijk goed leesbaar blijven. Vergroot hebben de letters van Bell Centennial kleine gleufjes in de hoeken tussen de schreven, alsof er knaagdieren aan hebben gezeten. Dit is om te zorgen dat zich niet te veel inkt op deze punten verzamelt. “Om er klein goed uit te zien, moeten ze er groot verkeerd uitzien,” legt Carter uit.

ITC Galliard
Het lettertype waardoor Carter misschien het meest bekend is, is ITC Galliard. Bron van inspiratie voor deze prachtige klassieker zijn de ontwerpen van de zestiende eeuwse Franse typograaf Robert Granj on. Onder leiding van Mike Parker, Linotype’s director oftypographical development, die ook veel heeft gedaan voor het PlantinMoretus museum in Antwerpen, heeft Carter dit lettertype ontworpen met het Duitse softwareprogramma Ikarus. Galliard verscheen in 1978 en wordt tegenwoordig beschouwd als het eerste lettertype dat grotendeels met de computer ontworpen werd en ook het eerste dat speciaal voor de fotozetter werd gemaakt. Vooral het cursief van Galliard is zeer typisch, met een heel elegant, bij na calligrafisch karakter.

Toen bedrijven als Scitex eindjaren zeventig krachtige grafische werkstations introduceerden, gingen ze op zoek naar gedigitaliseerde lettertypen om deze te kunnen licenseren en kwamen bij Linotype terecht. Linotype verdiende toen maar weinig met haar lettertypen. Bovendien werden deze als commercieel eigendom beschouwd dat het beste zelf geëxploiteerd zou kunnen worden en weigerde deze aanvragen. Carter heeft hier een kans gezien en verliet Linotype om samen met een Linotype-collega Bitstream op te zetten; dat was in 1981. Het doel was om leverancier van digitale lettertypen aan derden te worden.

In de loop van de afgelopen jaren heeft Bitstream een enorme bibliotheek van meer dan duizend lettertypen opgebouwd en is nu de grootste onafhankelijke ‘digital typefoundry’ (digitale lettergieterij). Het bedrijf biedt voornamelijk Bitstream-versies van bestaande lettertypen aan, zoals Times Roman, Helvetica, etc., maar ook een klein aantal eigen ontwerpen, waaronder Charter (ook een eigen ontwerp van Carter) en Amerigo, van de Nederlandse ontwerper Gerard Unger. Bitstream heeft enorm geprofiteerd van de opkomst van de Apple Macintosh, die ‘fonts’ een deel van ons dagelijks leven heeft gemaakt door PostScriptversies van haar lettertype-bibliotheek te leveren. Later heeft Bitstream haar Fontware-software op de markt gebracht. Door deze software is men in staat de font-mogelijkheden van HP’s Laserjet en andere printers uit te breiden met Bitstream fonts.

Speedo
Daarnaast heeft Bitstream een eigen ‘rasterizing’-systeem ontworpen, Speedo genaamd, om een outlinefont (een vectorgrafiek dus) om te zetten naar een puntpatroon. Dit ten behoeve van een fotozetapparaat, laserprinter, beeldscherm, of welke andere output-device dan ook. Omdat Speedo betrekkelijk klein en snel is, kan het ingebouwd geworden in applicatie-software, zoals Lotus 1-2-3 and Harvard Graphics. Dit betekent dat Speedo zowel scherm- als printerfonts kan genereren. Bitstream heeft zich dus ook sterk op de bijbehorende software gestort. Carter: “de helft van Bitstreammedewerkers zijn software-ingenieurs. Wij hebben altijd onze eigen software ontwikkeld.”

Wij lopen door de grote, dubbel-hoge en vrij donkere ontwerpstudio van Bitstream. Tientallen mensen zijn achter grote Apollo werkstations bezig om letters de ontwerpen. “Het ontwerpen van letters is een doorlopend proces,” vertelt Carter. “Je bewerkt je ontwerp op het scherm, maakt dan print-outs om die te beoordelen en daarna pas je eventueel je ontwerp weer aan.” Grote filmvellen met reeksen letters liggen overal op de tekentafels. Er wordt vooral heel veel gekeken naar de optische veranderingen die plaatsvinden bij verschillende corpsgrootten. Bij één ontwerper liggen er bladen vol met japanse karakters. Carter vertelt dat Bitstream nu bezig is om een kanji letter te ontwikkelen in TrueType in opdracht van Apple. TrueType is het enigszins controversiële fontformaat, door Apple aangekondigd in 1989. In de rel die volgde heeft Adobe haar koers moeten aanpassen, door het vrijgeven van het Type 1 font-formaat en verbeteringen in PostScript. “Ik houd niet van monopolies.

Deze ontwikkeling heeft Adobe alleen maar goed gedaan. Eén van haar reacties hierop was het introduceren van de MultipleMasters-technologie. Ik heb nog geen MultipleMasterfont gezien, maar er al wel over gelezen.
Het klinkt veelbelovend, hoewel het duidelijk alleen voor een klein aantal lettertypen geschikt zal zijn.” TrueType zou ook zijn voordelen kunnen hebben, vooral op het gebied van hinting. “Bitstream zal in ieder geval zowel Adobe Type 1 als TrueType ondersteunen,” verklaart Carter. “Maar wat belangrijker is, TrueType is voor ons een mijlpaal omdat het betekent dat vanaf nu een geïntegreerde typografische architectuur in alle PC’s en werkstations verplicht is. Het wordt een onderdeel van het systeem — een deel van het lichaam, niet alleen maar een stuk kleding.” “Met deze nieuwe technologieën is de cirkel in zekere zin weer rond,” zei Carter. “Toen de drukkunst uitgevonden werd had men volledige controle over alles. Voordat letterzetten in de 18de eeuw gemechaniseerd werd kon men metalen letters van verschillende lettergieterijen afwisselen, ook op dezelfde bladzijde. Afspraken over fysieke dimensies en dergelijke waren er al lang. De zetmachines hebben een eind hieraan gemaakt.

Letters werden een vast onderdeel van de machine en zijn toen ook commercieel eigendom geworden. Men was beperkt tot wat de leverancier van een machine bood. Fotozetters waren nog specifieker, niet alleen per producent maar ook per model. Maar nu we weer standaard fontformaten hebben is typografie weer device independent. Wij hebben een steeds groter aanbod van zowel grote als kleine digitale lettergieterijen, onafhankelijk van de leveranciers van apparatuur. Er is weer levendige concurrentie op de juiste basis van kwaliteit, beschikbaarheid en prijs”, aldus Carter. “En nu met MultipleMasters,” voegt hij er met een lach aan toe, “hebben we na vijfhonderd jaar moveable type nu weer mutable type. “

Matthew Carter maakt ook zelf de cirkel weer rond. Binnenkort gaat hij Bitstream verlaten om een typografische ontwerpstudio op te zetten. De betrekkingen blijven uitstekend tussen Bitstream en zijn nieuwe bedrijfje, verzekert hij ons. Hij wil alleen meer tijd hebben om zich te kunnen concentreren op dat waarvan hij het meeste houdt: het ontwerpen van letters.

[ return | top | feedback | home ]