Matthew Carter, typograafDit artikel verscheen in het februari 1992 nummer van Proof. ”Door van wat ik zou noemen historisch toeval heb ik de hele technische revolutie in typografie kunnen meemaken,” vertelt Matthew Carter, als hij terugkijkt op zijn lange carri’ere als typograaf “In het begin heb ik de metalen ‘letterstempels’ op de traditionele manier met de hand gesneden. Daarna heb ik de ontwikkeling van de technologie van het fotozetten meegemaakt. En nu ontwerp ik digitaliseerde letters met gebruik van een computer. “ “Het uitbuiten van de voordelen van technologie maar even vaak het compenseren van haar defecten — is voor mij een voortdurend thema in het ontwerpen van lettertypen,” voegt Carter hieraan toe. Maar gaat niet alleen om technologische veranderingen. Carter: “Ons hele besef van typografie is veranderd. Dankzij de personal computer, de laserprinter en de vele fonts die beschikbaar zijn wordt typografie steeds persoonlijker. Net zoals wij onze favoriete muziek en maaltijden hebben, beginnen wij voorkeuren in typografie te ontwikkelen. “ Matthew Carter is een lange, magere, spijkerbroek-geklede Brit met een elegant gezicht, omlijst door lang zilver haar. Hij ontvangt zijn bezoeker op zijn kantoor bij Bitstream in Cambridge (VS) in de buurt van het Massachusetts Institute of Technology. De buren in dit kleine high-tech mecca zijn onder andere Lotus Development, het MIT Media Lab en Thinking Machines, het computerbedrijf dat ‘massively parallel’ computers bouwt, de snelste supercomputers ter wereld. Handwerk Als stempelsnijder was Rädisch verantwoordelijk voor het verwezenlijken van de typografische ontwerpen van Jan van Krimpen. Net als van Krimpen had ook Rädisch een bepaalde weerstand tegen nieuwe technologieën. In een interview met het blad The Ampersand, een aantal jaar geleden, vertelt Carter dat Rädisch ooit een nieuw ontwerpapparaat dat bij hem geplaatst was stiekem zou hebben gedemonteerd en stukje bij beetje in een gracht zou hebben gegooid als hij ‘s avonds naar huis ging. ”In de laatste jaren heeft Enschedé zich steeds meer geconcentreerd op waardepapieren. Maar in die tijd deden ze veel verschillende dingen, boeken en veel hoogwaardig kleurendrukwerk: prachtige bloembollen-catalogi en dergelijke,” herinnert Carter zich. “Ik heb ook geweldige verhalen gehoort van de drukkers over hun activiteiten tijdens het verzet. Ze waren heel actiefin het vervalsen van officiële documenten, persoonlijke identiteitsbewijzen en dergelijke.” Het fotozetten, geïntroduceerd in de jaren zestig, was de eerste nieuwe typografische technologie sinds de uitvinding van mechanische compositie door Linotype en Monotype tachtig jaren eerder. In 1965 vertrok Carter naar N ew York om voor Linotype te gaan werken, omdat — zoals hij later verklaarde — Linotype’s Linofilm voor hem de eerste fotozetter was die de typografie aankon. Een van Carters eerste projecten bij Linotype was Snell Roundhand, een riant gevormd, schuin lettertype dat een zeer formeel handschrift enigszins nabootst. “In Snell,” zegt Carter, “deden we dingen die niet mogelijk waren in drie-dimensionale metalen letters: we overlapped, we joined, we went mad”, zegt hij. “Met deze technologie waren gigantische kerns mogelijk.” Een ander door Carter ontworpen lettertype is Bell Centennial. Dat gebeurde in opdracht van de Amerikaanse PTT, AT &T, voor al haar telefoongidsen. Met het ontwerp van dit lettertype moest Carter rekening houden met zware drukcondities: het moest zo klein mogelijk, liefst evenveel informatie op een bladzij als zijn voorganger Bell Gothic, het moest bestand zijn tegen de uiteenlopende omstandigheden bij hoge snelheid offset druk — grote variaties in de hoeveelheid inkt — en het moest natuurlijk goed leesbaar blijven. Vergroot hebben de letters van Bell Centennial kleine gleufjes in de hoeken tussen de schreven, alsof er knaagdieren aan hebben gezeten. Dit is om te zorgen dat zich niet te veel inkt op deze punten verzamelt. “Om er klein goed uit te zien, moeten ze er groot verkeerd uitzien,” legt Carter uit. ITC Galliard Toen bedrijven als Scitex eindjaren zeventig krachtige grafische werkstations introduceerden, gingen ze op zoek naar gedigitaliseerde lettertypen om deze te kunnen licenseren en kwamen bij Linotype terecht. Linotype verdiende toen maar weinig met haar lettertypen. Bovendien werden deze als commercieel eigendom beschouwd dat het beste zelf geëxploiteerd zou kunnen worden en weigerde deze aanvragen. Carter heeft hier een kans gezien en verliet Linotype om samen met een Linotype-collega Bitstream op te zetten; dat was in 1981. Het doel was om leverancier van digitale lettertypen aan derden te worden. In de loop van de afgelopen jaren heeft Bitstream een enorme bibliotheek van meer dan duizend lettertypen opgebouwd en is nu de grootste onafhankelijke ‘digital typefoundry’ (digitale lettergieterij). Het bedrijf biedt voornamelijk Bitstream-versies van bestaande lettertypen aan, zoals Times Roman, Helvetica, etc., maar ook een klein aantal eigen ontwerpen, waaronder Charter (ook een eigen ontwerp van Carter) en Amerigo, van de Nederlandse ontwerper Gerard Unger. Bitstream heeft enorm geprofiteerd van de opkomst van de Apple Macintosh, die ‘fonts’ een deel van ons dagelijks leven heeft gemaakt door PostScriptversies van haar lettertype-bibliotheek te leveren. Later heeft Bitstream haar Fontware-software op de markt gebracht. Door deze software is men in staat de font-mogelijkheden van HP’s Laserjet en andere printers uit te breiden met Bitstream fonts. Speedo Wij lopen door de grote, dubbel-hoge en vrij donkere ontwerpstudio van Bitstream. Tientallen mensen zijn achter grote Apollo werkstations bezig om letters de ontwerpen. “Het ontwerpen van letters is een doorlopend proces,” vertelt Carter. “Je bewerkt je ontwerp op het scherm, maakt dan print-outs om die te beoordelen en daarna pas je eventueel je ontwerp weer aan.” Grote filmvellen met reeksen letters liggen overal op de tekentafels. Er wordt vooral heel veel gekeken naar de optische veranderingen die plaatsvinden bij verschillende corpsgrootten. Bij één ontwerper liggen er bladen vol met japanse karakters. Carter vertelt dat Bitstream nu bezig is om een kanji letter te ontwikkelen in TrueType in opdracht van Apple. TrueType is het enigszins controversiële fontformaat, door Apple aangekondigd in 1989. In de rel die volgde heeft Adobe haar koers moeten aanpassen, door het vrijgeven van het Type 1 font-formaat en verbeteringen in PostScript. “Ik houd niet van monopolies. Deze ontwikkeling heeft Adobe alleen maar goed gedaan. Eén van haar reacties hierop was het introduceren van de MultipleMasters-technologie. Ik heb nog geen MultipleMasterfont gezien, maar er al wel over gelezen. Letters werden een vast onderdeel van de machine en zijn toen ook commercieel eigendom geworden. Men was beperkt tot wat de leverancier van een machine bood. Fotozetters waren nog specifieker, niet alleen per producent maar ook per model. Maar nu we weer standaard fontformaten hebben is typografie weer device independent. Wij hebben een steeds groter aanbod van zowel grote als kleine digitale lettergieterijen, onafhankelijk van de leveranciers van apparatuur. Er is weer levendige concurrentie op de juiste basis van kwaliteit, beschikbaarheid en prijs”, aldus Carter. “En nu met MultipleMasters,” voegt hij er met een lach aan toe, “hebben we na vijfhonderd jaar moveable type nu weer mutable type. “ Matthew Carter maakt ook zelf de cirkel weer rond. Binnenkort gaat hij Bitstream verlaten om een typografische ontwerpstudio op te zetten. De betrekkingen blijven uitstekend tussen Bitstream en zijn nieuwe bedrijfje, verzekert hij ons. Hij wil alleen meer tijd hebben om zich te kunnen concentreren op dat waarvan hij het meeste houdt: het ontwerpen van letters. |