Mediamatic, Hollandse kaas, and DTP Dit artikel verscheen in de juni 1992 nummer van Proof Willem Velthoven is grafisch ontwerper en hoofdredacteur van Mediamatic. Hij blijft zoeken naar de perfecte aansluiting van het oude en het nieuwe in zijn werk. ”Ik ben niet zo snel overgeschakeld op de computer,” vertelt grafisch ontwerper Willem Velthoven. “Ik wilde geen concessies doen op het gebied van typografie. Ik heb wat dit betreft eerst gewacht tot er voldoende mogelijkheden waren. Uiteindelijk heb ik een Mac gekocht toen iemand van Linotype beloofde dat er binnen eenjaar een groot aantal complete letterfamilies in PostScriptformaat beschikbaar zou komen.” Velthoven uit zijn bewondering voor de drukkunst van de afgelopen vijf eeuwen, de formidabele naslagwerken van de negentiende eeuwen de prachtige met de hand geïllustreerde bijbels. Deze rijke traditie wil hij beslist niet opofferen, maarjuist met moderne middelen voortzetten. “De huidige DTPtechnieken geven ons veel meer controle over het presenteren van tekst dan tot voor kort mogelijk was. Hierdoor zijn we prima in staat om op de typografische traditie aan te sluiten. En niet alleen wat tekst betreft, het geldt ook voor beeld,” zegt Velthoven. Hij voegt er toe dat men wel even bezig is om het allemaal uit te zoeken, maar het betekent op den du ur veel meer grafische controle dan wanneer bepaalde zaken aan een zetter of een lithograaf worden overgelaten. Ondanks het feit dat DTP nu vrij toegankelijk is, moet men typografie echter niet onderschatten. “Zetten is een vák, hoor,” waarschuwt Velthoven, “dat leer je niet zomaar op een kunstacademie.” ”De eerste PostScript-fonts waren zeer beperkt,” herinnert Velthoven zich. “Geen kleinkapitalen, geen mediaevalcijfers, geen middelgewichten, gewoon heel simpel. Dat ligt nu gelukkig heel anders. We beschikken inmiddels over een gigantische bibliotheek van lettertypen met de bijbehorende expert-sets.” Velthoven is van mening dat de meest interessante nieuwe letters uit kleine ontwerp-studio’s komen. Hij pakt een recent nummer van zijn blad Mediamatic en zegt “kijk hier, dit vind ik een mooie letter. Albertan heet-ie. Ik heb het ooit in een blad zien staan en het besteld bij Giampa T extware, een klein bedrijf in V ancouver, British Columbia, dat hem uitgeeft. Adobe en Bitstream zijn marktleiders geworden, ze maken digitale versies van allerlei letters — zowel goed als slecht — maar ze zijn nogal conservatiefop het gebied van ontwerp. Vernieuwingen moeten men elders zoek “ en. Toch moet hij toegeven dat hij de nieuwe Adobe Caslon wel heel mooi vindt. “Het doet recht aan het oorspronkelijke ontwerp, maar het heeft ook een eigen stijl en karakter. De gouden middenweg dus,” zegt Velthoven. “Niet zoals bijvoorbeeld de eerste digitale Garamonds. Dat waren maar slappe aftreksels van de oorspronkelijke letters van Garamond.” Mediamatic Velthoven is hoofdredacteur en tevens ontwerper van Mediamatic, een blad dat hij in 1985 heeft opgericht. Mediamatic bestrijkt “het esthetisch gebruik van nieuwe media,” intrigerende raakvlakken van technologie, populaire cultuur en kunst. “Gezien de hoeveelheid uren die we voor de televisie doorbrengen is het duidelijk dat de openbare ruimte zich tegenwoordig voor een groot deel in de TV en andere media bevindt. Onze huidige openbare ruimte is bij wijze van spreken eerder de studio van J oop van de Ende dan de Dam.” Volgens Velthoven gaat de technologie de kunsten steeds meer bepalen, maar brengt tevens nieuwe kunstvormen teweeg. Mediamatic verschijnt min of meer vier keer per jaar en biedt een eclectische verzameling artikelen en recensies. Alles is in twee talen geschreven: Engels en Nederlands. Het ziet er strak en luxe uit en er wordt flink gebruik gemaakt van witruimte in het paginabeeld — tot in de puntjes verzorgd. Uitgegeven onder de paraplu van een stichting en met steun van het ministerie van WVC, is Mediamatic min of meer een dure hobby, zegt Velthoven. Het blad zorgt echter wel voor andere ontwerpopdrachten binnen de kunstwereld. ”Dit hier is een recente opdracht waar ik nogal trots op ben,” vertelt Velthoven als hij een zware en riante pil te voorschijn haalt. Allocaties heet het; het is een boek, verschenen bij de tentoonstelling’ Allocaties, kunst voor een natuurlijke en kunstmatige omgeving’, op de Floriade van dit jaar. Het bevat een groot aantal ruim geïllustreerde artikelen over kunst en cultuur in de openbare ruimte en in de natuur. ”Hier hebben wij het ontwerp volledig door de inhoud van de tekst laten bepalen,” legt hij uit. “De redactie is door de hele tekst heengelopen en heeft het ingedeeld op basis van deze drie thema’s: kunst en natuur, kunst en cultuur en natuur en cultuur. Die komen overeen met de drie kolommen op elke bladzijde.” De artikelen lopen dus heen en weer tussen de kolommen; het effect is heel prettig. De voetnoten hebben ook een aparte aanpak gekregen. Ze staan niet onderaan zoals gebruikelijk is, maar in een verticale kolom. Ze beginnen op dezelfde horizontale lijn als het punt in de tekst waar ze staan vermeld. “Alsje de tekst zo de structuurvanje ontwerp laat bepalen, betekent het dat je vrij kwetsbaar bent,” merkt Velthoven op. ”Minder goede teksten vallen sneller op. Zo’n radicale aanpak stelt dan ook hogere eisen aan de tekst.” De vele foto’s zijn allemaal afgedrukt met een soft edgeafwerking, wat voor een beetj e ouderwetse toon zorgt. ”Dit hebben wij om een aantal redenen gedaan,” vertelt Velthoven. “Het boek gaat over kunst en haar omgeving, maar de foto’s van de werken waren vaak zo strak van compositie dat daardoor de omgeving uitgesloten werd. Door de zachte overgang worden de werken minder van hun — overigens vaak onzichtbare — omgeving gescheiden. Ten tweede is het een manier om de overgang tussen de foto’s en de tekst wat zachter te maken — zo’n strakke, harde rand isoleert een foto zo van zijn omgeving — ten derde omdat wij met bestaand materiaal van wisselende kwaliteit moeten werken en zo valt het minder snel op.” Bovendien is het zo dat als je een kleurenfoto naast een zwart/witte plaatst, de kleur altijd overheerst.” Om deze reden heeft hij er voor gekozen de zwart/wit-foto’s te quadtonen in Adobe Photoshop met wisselende tinten van bruin, groen en blauw. ”In Nederland is er een heel sterke neiging om tekst met een zeer beeldende benadering te behandelen,” zegt Velthoven. “Het gaat soms wel heel ver. Dat lS de ontspoorde invloed van Piet Zwart uit ie jaren dertig. Het betekent dat dingen soms knap onleesbaar worden: de boodschap wordt minder belangrijk dan de vorm. Mis;chien is het ook ten dele te wijten aan het feit dat wij een misplaatst minderwaardigleidscomplex met betrekking tot onze taal lebben. Wij denken altijd dat we het kleinate land van Europa zijn en de Nederlandse taal dus onbelangrijk is. Maar er zijn wel twintig miljoen mensen die Nederlands spreken, de Vlamingen meegeteld. Dat is niet niks. We moeten iets meer chauvinistisch zijn.” “Ik vind het in ieder geval wel prettig om mijn eigen taal op het beeldscherm te zien,” vertelt Velthoven. “De laatste paar Macs die ik hebt gekocht hadden Engelstalige besturingssystemen. Dat hoeft voor mij niet. Ik bewaar en stop liever dan dat ik save en quit. Maar ik vind het wel schandalig dat wij twee keer zoveel moeten betalen voor de Nederlandse versie van QuarkXPress als voor de Engelse. En dan moetje ook nog maanden wachten! Wij zitten nu op de Nederlandstalige versie 3.1 te wachten. Die upgrades zijn belangrijk, want ze bieden oplossingen voor praktische onvolkomenheden of onhandigheden. En dan QuarkXPress Passport (de twaalf talige versie van het pakket) — ik ben blij dat zo’n programma zo’n oplossing aanbiedt, maar het is schandalig duur. Schofterig is dat!” Waarom is Nederland zo gericht op grafisch ontwerpen?” ”Misschien omdat wij in zo’n klein en overvol land wonen,” antwoordt Velthoven. “Alles moet geordend worden, al sinds wij de grond uit de zee hebben gewonnen. Er is geen vrije natuur in Nederland, daar zijn we aan gewend. De omstandigheden hier zijn echter prettig voor ontwerpers. Mensen hier geven geld uit voor grafisch ontwerp. Maar soms benauwt het me wel eens, al die orde.” “Hollandse kaas,” roept Velthoven, “dat is nu een perfect symbool van onze cultuur. Het heeft altijd een perfecte vorm. Er zit nooit een plekje of een schimmelt je op. Als het uit het zoutbad komt wordt het gelijk in de was gezet, echt geplastificeerd. Het mag dan alleen maar rustig rijpen, niks anders is toegestaan. Totaal Nederlands! Als een Fransman een mooi stuk geitekaas heeft, dan laat hij het een paar weken liggen, lekker schimmelen. Hollandse kaas — ja, ik kan geen week zonder. Maar af en toe koop ik wel een lekker stuk Gorgonzola,” smult Velthoven.
|